Picardische Herdershonden Club Nederland
alles over onze Picardische Herdershonden Club
De Picard en zijn gezondheid
Iedere hond is helaas belast met erfelijk materiaal wat in
meer of mindere mate kan zorgen voor afwijkingen.
Met name bij rashonden zijn er bij elk ras specifieke
erfelijke problemen. Om dit zoveel mogelijk in te dammen
stelt iedere rasvereniging eisen aan de kwaliteit van
de fokdieren. Dit kan dus per ras verschillen.
De meest voorkomende erfelijke afwijkingen betreffen
Heupdysplasie (een afwijking aan het heupgewricht)
en oogaandoeningen (zoals Entropion, distichiasis, Cataract,
Retina dysplasie en Progessieve retina atrofie ).
Een aantal van deze oogafwijkingen kunnen leiden
tot blindheid.

Voor de Picardische Herdershond geldt dat zij gecontroleerd
moet worden op Heupdysplasie en Erfelijke oogafwijkingen.

Wat is heupdysplasie?
Heupdysplasie (HD) is een door erfelijk factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige misvormingen van de heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben.
De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen door het maken van röntgenfoto’s van de heupgewrichten.

HD wordt veroorzaakt door een combinatie van erfelijke en uitwendige factoren.
HD is een erfelijk bepaalde afwijking, maar uitwendige invloeden zoals groeisnelheid, lichaamsgewicht, beweging, spierontwikkeling en voeding spelen hierbij een belangrijke rol. De combinatie van erfelijke aanleg en de na de geboorte van de pup optredende uitwendige invloeden leidt tot een verkeerde ontwikkeling van de heupgewrichten en de uiteindelijke misvormingen. Door al deze verschillende uitwendige invloeden, kan de mate van misvorming van de heupen met een gelijke erfelijke aanleg sterk variëren.
HD wordt vooral gevonden bij honden van grote en middelgrote rassen, maar soms ook bij honden van de wat kleinere rassen. HD komt niet uitsluitend voor bij rashonden, maar ook bij hun kruisingsproducten.

Heupdysplasie-onderzoek bij de hond

Het beoordelingpanel
Eén van de taken van het HD-panel van de Raad van Beheer, Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW), is de beoordeling van röntgenfoto’s van de heupgewrichten van honden. De röntgenfoto’s, de zogenaamde HD-foto’s kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met GGW geeft gesloten, worden gemaakt.
Voor de gegevens van een dierenarts bij u in de buurt kunt u bellen met de Raad van Beheer, afdeling GGW, telefoon 0900-7274663.
Conform de regels van de F.C.I. dient de hond voor het laten maken van HD-röntgenfoto’s minimal 12 maanden oud te zijn. Voor enkele grote rassen, die pas later volgroeid zijn, geldt een verplichte minimumleeftijd van 18 maanden.

HD-foto’s worden gezamenlijk beoordeeld door een in samenstelling wisselend panel van drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto’s die voor de HD-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd.
De beoordeling van HD-foto’s heeft ten doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over heupdysplasie in hun selectieprogramma willen gebruiken.
Röntgenfoto’s die bij GGW binnenkomen worden, nadat de beoordelingskosten door de GGW zijn ontvangen, in de daaropvolgende week, beoordeeld. De uitslag wordt daarna zo spoedig mogelijk verzonden, tenzij de foto niet aan de technische eisen voldoen.

HD-foto
Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is een röntgenfoto van de hond in rugligging nodig, waarbij de hond exact recht moet liggen. Ter wille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto.
Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert en met een verzoek om een nieuwe opname te maken. Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto verzonden en is dus uiterlijk twee weken na ontvangst van de foto bij de dierenarts.
Deze moet dan contact opnemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van een nieuwe HD-foto. Het beoordelen van een nieuwe foto wordt niet opnieuw in rekening gebracht.

Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek
Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de F.C.I.-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.
De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen “drager” van de afwijking kan zijn.
HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto’s geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waarvan in het kader van de fokkerij geen directe betekenis kan worden toegekend.
De aanduiding HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.
Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).

F.C.I.-beoordeling
De F.C.I.-beoordeling is een weergave van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit bij de F.C.I. aangesloten landen te vergelijken.

De beoordeling van onderdelen
Bij de beoordeling van HD-foto's wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen en de aanwezigheid van botwoekering langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde “Norbergwaarde", die wordt gemeten op de röntgenfoto in positie I. De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling. Op het formulier wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruizen van "onvoldoende" of "slechte" aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkom ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid "bot-afwijkingen". Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de bot-afwijking en de uitslag: zeer lichte bot-afwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B, lichte (2) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD C, en ernstige (3) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD D. De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.

HD-beoordeling
Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld.

Het herhalen van HD-onderzoek
Iedere eigenaar kan na verloop van minimaal 1 jaar opnieuw een HD-onderzoek laten verrichten. De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen. Herhaling van onderzoek heeft in het algemeen slechts zin bij honden, welke op een leeftijd van 1 à 1,5 jaar werden onderzocht, en waarbij een licht-positieve uitslag op grond van een slechte aansluiting, met al dan niet een bijbehorende lage Norbergwaarde tot stand kwam, terwijl er geen bot-afwijkingen werden vastgesteld.

De Norbergwaarde
Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.

Uw hond en HD
Eigenaren van honden waarvan officieel HD-foto's zijn gemaakt vragen de dierenarts die de foto's gemaakt heeft nogal eens naar zijn of haar mening over de toestand van de heupgewrichten. Wanneer de eerste indruk van de dierenarts milder is dan de uiteindelijke definitieve uitslag, kan dit aanleiding zijn tot teleurstelling bij de eigenaar van de hond. Het HD-panel adviseert dierenartsen daarom geen uitspraken te doen over de toestand van de heupgewrichten. Van honden die niet vrij blijken te zijn van heupdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto's niet voorspeld worden of ze vroeger of alter problemen kunnen krijgen. Ook wanneer vrij duidelijke misvormingen worden gevonden betekent dat niet dat de hond er beslist last van moet krijgen. het is dan wel verstandig om erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook anderszins overmatige belasting van de heupgewrichten wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond. In geval van twijfel kunt u dit met uw dierenarts bespreken.[2]

HD en fokkerij
De HD-beoordeling geeft uitsluitend informatie over de toestand van de heupgewrichten van de individuele hond. Gegevens over de HD-beoordelingen van ouders, nestgenoten en nakomelingen zullen bijdragen tot een nauwkeurigere indruk over de fokwaarde van de betreffende hond. het is daarom van belang dat de rasverenigingen over alle uitslagen kunnen beschikken en dat alle HD-foto's die gemaakt worden ook ter beoordeling aan de HD-commissie worden voorgelegd, ook indien door de dierenarts duidelijke afwijkingen aan de heupgewrichten worden gevonden. Het is wenselijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen het kleinst is. Bij rassen zoals de Picardische Herdershond waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn en bij rassen waarin HD vaak voorkomt is dit helaas niet mogelijk. Binnen de rasverenigingen zullen fokkers in goed overleg met de Raad van Beheer, afdeling GGW, kunnen vaststellen wat in het kader van HD-bestrijding voor hun ras noodzakelijk en mogelijk is, en wat in de fokkerij ten aanzien van HD nog verantwoord is.

Mochten er na het bovenstaande nog vragen overblijven dan kunt u zich daarmee bij voorkeur schriftelijk, wenden tot: Raad van Beheer, afdeling GGW, Postbus 75901, 1070 AX te Amsterdam. Telefoon/Fax 020-6794462










Retina Dysplasie
Retina Dysplasie (RD) komt als een aparte, voor de geboorte ontstane, abnormale ontwikkeling van het netvlies (retina). Het belangrijkste kenmerk van RD is dat de ‘zenuwlagen’ van het netvlies niet goed vastzitten op de daarachter liggende pigment laag (pigmentepitheel). Afhankelijk van de ernst wordt een drietal vormen onderscheiden.

De focale (locale of mutifocale) vorm
Hierbij zitten er één of meerdere kleine rechte plooitjes of afgeronde stukjes (zogenaamde rozetten) in de ‘zenuwlagen’ van het netvlies die niet goed tegen het erachter liggende pigmentepitheel aan liggen.

Geografische RD
Hierbij zijn grotere delen van de ‘zenuwlagen’ van het netvlies, of in elkaar overgaande plooien, die niet goed tegen het erachter liggende pigmentepitheel aan liggen. Hieronder vallen ook relatief grote ronde, ovale of hoefijzervormige verhevenheden (elevaties). Hoewel RD een aangeboren oogziekte is, kunnen deze delen in de loop van het leven door het optreden van degeneratie verder beschadigen.

Totale RD
Totale RD is de ernstige vorm van RD waarbij grote delen van de ‘zenuwlagen’ van het netvlies in het geheel niet tegen het erachter liggende pigmentepitheel aan liggen zodat hierbij sprake is van een totale netvliesloslating (ablatio retinae). Deze vorm kan ook voorkomen in combinatie met ernstige skeletdeformaties (onder andere dwerggroei), maar tot nu toe is deze vorm alleen bij de Labrador Retriever in de USA beschreven.

De focale vorm van RD geeft geen aanleiding tot klachten en is dus voor de patient zelf niet van belang maar mogelijk wel voor het nageslacht. De ernstigere vormen tasten het gezichtsvermogen wel aan. Bij een totale netvlies loslating (totale RD) is het aangetaste oog geheel blind.

Erfelijkheid van RD
Voor de meeste rassen waarbij de erfelijkheid van RD is onderzocht, blijkt een enkelvoudig autosomaal recessief gen verantwoordelijk. Bij de vorm van RD bij de Labrador Retriever die met skelet afwijkingen gepaard gaat, zou het verantwoordelijke (enkelvoudig autosomale) gen zich voor een de skeletafwijkingen recessief gedragen, voor de RD echter compleet dominant. Hetrozygoten (‘dragers’) zouden dan de focale vorm van RD hebben en een normaal skelet terwijl de homozygote lijders skeletafwijkingen en milde tot ernstigere vormen van RD vertonen met soms al aangeboren blindheid.[3]

Referenties
[2] Informatie folder Heupdysplasie-onderzoek bij de hond, uitgegeven door de Raad van Beheer.
[3] Naar het artikel Erfelijke oogaandoeningen uit De Hondenwereld jaargang 61 nummer 6 2006.